Archieven

Judith Pollmann (Universiteit Leiden) en Erika Kuijpers (Vrije Universiteit Amsterdam) gaan onderzoeken hoe tussen 1500 en 1850 nieuwe ideeën en kennis bij gewone mensen in de Lage Landen terechtkwamen, en of die daardoor positiever over innovatie gingen denken dan hun voorouders. Vanaf 2018-23 werken ze met een onderzoeksteam aan het door NWO gehonoreerde project Chronicling novelty. New knowledge in the Netherlands, 1500-1850. Om te onderzoeken hoe Nederlanders kennismaakten met nieuwe kennis, willen ze gebruikmaken van de vele kronieken en dagverhalen die er overal in Nederland werden bijgehouden. Ze hopen daarbij hulp te krijgen van professionals uit de archiefwereld.

Nieuwe kennis in kronieken
Recente studies veronderstellen dat door culturele ontwikkelingen, zoals de opkomst van nieuwe media, Europeanen na 1650 meer ontvankelijk werden voor nieuwe technologie en innovatie dan hun voorouders en zo de Verlichting en de Industriële Revolutie mogelijk hebben gemaakt. Het onderzoek naar deze ontwikkelingen heeft zich echter vooral gericht op de producenten en professionele gebruikers van kennis en nieuwe technologie. Waar we veel minder van weten is hoe en wanneer gewone mensen in Europa zich die ideeën en kennis toe-eigenden, zodat die daadwerkelijk konden leiden tot brede culturele verandering.

Onderzoek naar de veranderende belevingswereld van een meer algemeen publiek in de vroegmoderne periode is heel lastig omdat de bronnen die we daarover hebben onderling vaak slecht vergelijkbaar zijn. In dit project willen we daarom een omvangrijk corpus ontsluiten van een type teksten dat wel in grote aantallen en over een heel lange termijn is geproduceerd in heel Europa: particuliere kronieken.

Kronieken
Zo’n kroniek is een handgeschreven tekst waarin de auteur memorabele zaken en gebeurtenissen uit de wereld om hem heen chronologisch geordend optekent om ze vast te leggen voor het nageslacht. De auteurs zelf noemden de teksten trouwens soms anders; dagverhaal, geschiedenis of journaal bijvoorbeeld. Ze beschreven er alledaagse dingen: het weer, de prijzen, nieuwe gebouwen, ongelukken en misdaden, maar gebruikten ze in crisisjaren soms ook om de gevolgen van oorlog, ziekte of overstromingen vast te leggen. Ze luisterden naar de stadsomroeper en preken, hoorden verhalen in de herberg en de trekschuit, maar deden hun informatie ook op uit brieven, pamfletten en kranten.

Voor dit project worden ca. 200 van dergelijke gedrukte en onuitgegeven teksten uit het Nederlands taalgebied uit de periode 1500-1850 – ongeveer 40.000 pagina’s tekst – gedigitaliseerd om ze te kunnen doorzoeken, vergelijken en analyseren. Hiervoor werkt het team samen met de Koninklijke Bibliotheek, Transkribus (automatische transcriptie van handschriften), vrijwilligers (via het crowd sourcing platform Vele Handen) en student-assistenten. In samenwerking met de computationeel linguïsten van de VU zal het project ook het digitale gereedschap ontwikkelen om onderwerpen, perspectieven en waardering van nieuwe kennis te traceren en om passages te identificeren die nadere kwalitatieve analyse vereisen.

En dan?
Wat gaan we met dat corpus doen? Eén van de onderzoekers bekijkt hoe kroniekschrijvers kennis verzamelden, selecteerden, ordenden en waardeerden in een veranderend medialandschap. Zowel variatie in tijd als ruimte wordt hierbij (letterlijk) in kaart gebracht. Een tweede project onderzoekt de impact van nieuwe kennis op de manier van denken over oorzaak en gevolg van natuurlijke en maatschappelijke verschijnselen en naar de waardering van nieuwe ideeën en technologie. Een postdoc computationele taalkunde, onderzoekt methoden om taalkundige markers van verandering en nieuwe kennis te vinden in het corpus zoals via de uitdrukking van onzekerheid en speculatie.

Hulp uit de archiefwereld
Vrijwel alle Nederlandse archieven hebben wel dit soort teksten in hun collectie; sommige zijn ook al eens in druk uitgegeven, of zijn door lokale transcriptiegroepen afgeschreven, en digitaal gepubliceerd. Maar veel ervan zijn nooit gedrukt. Sommige kwamen wel terecht op http://www.egodocument.net, maar juist omdat ze onder veel verschillende titels bekend zijn, zijn ze in inventarissen niet steeds zomaar vindbaar.

De onderzoekers zullen de komende tijd bij veel erfgoedinstellingen aankloppen om navraag te doen naar teksten, scans en transcripties. Maar het onderzoeksteam houdt zich ook zeer aanbevolen voor lokale tips. Heeft u dit soort teksten in uw collectie? Bestaan er al scans of zelfs transcripties van? Zijn er vrijwilligersgroepen bij u actief die met ons mee zouden willen werken? Wie weet kunnen we dan samen een mooie bron uit uw collectie ontsluiten. We laten u graag delen in nieuwe tools, en zullen daarnaast publieksactiviteiten organiseren om iedereen mee te laten delen in de resultaten van het onderzoek.

Neem contact op met: kronieken@hum.leidenuniv.nl