Projectbeschrijving

Nieuwe kennis in de Lage Landen, 1500-1850

Het interdisciplinaire onderzoeksproject Chronicling novelty. New knowledge in the Netherlands, 1500-1850 onderzoekt hoe tussen 1500 en 1850 nieuwe ideeën en kennis bij gewone mensen in de Lage Landen terechtkwamen, en of die daardoor positiever over innovatie gingen denken dan hun voorouders. Het project is gehonoreerd door NWO en zal lopen van 1 september 2018 tot januari 2023

Een centrale vraag in de kennisgeschiedenis is onder welke omstandigheden nieuwe ideeën, kennis en technologie aanslaan en leiden tot brede acceptatie en succesvolle innovaties. Waarom is de ene samenleving innovatiever dan de andere? Inmiddels weten we dat culturele factoren sterk mee bepalen of nieuwe kennis of technologie aanslaat. Maar wat zijn dan precies de culturele voorwaarden daarvoor? En hoe komen die tot stand? Historisch onderzoek stelt ons in staat te analyseren hoe culturele factoren op de langere termijn innovatie bevorderen of tegenhouden.

Recente studies veronderstellen dat door culturele ontwikkelingen, zoals de opkomst van nieuwe media, Europeanen na 1650 meer ontvankelijk werden voor nieuwe technologie en innovatie dan hun voorouders en zo de Verlichting en de Industriële Revolutie mogelijk hebben gemaakt. Het onderzoek naar deze ontwikkelingen heeft zich echter vooral gericht op de producenten en professionele gebruikers van kennis en nieuwe technologie. Waar we veel minder van weten is hoe en wanneer gewone mensen in Europa zich die ideeën en kennis toe-eigenden, zodat die daadwerkelijk konden leiden tot brede culturele verandering.

Onderzoek naar de veranderende belevingswereld van een meer algemeen publiek in de vroegmoderne periode is heel lastig omdat de bronnen die we daarover hebben onderling vaak slecht vergelijkbaar zijn. In dit project willen we daarom een omvangrijk corpus ontsluiten van een type teksten dat wel in grote aantallen en over een heel lange termijn is geproduceerd in heel Europa: particuliere kronieken. Zo’n kroniek is een tekst waarin de auteur memorabele zaken en gebeurtenissen uit de wereld om hem heen chronologisch geordend optekent. In onze periode zijn de auteurs meestal mannen uit de stedelijke middenklasse.

Digitalisering

Voor dit project willen we ca. 200 van dergelijke teksten uit het Nederlands taalgebied uit de periode 1500-1850 – ongeveer 40.000 pagina’s tekst – digitaliseren om ze te kunnen doorzoeken, vergelijken en analyseren. Op die manier kunnen we de receptie, toe-eigening en waardering van nieuwe kennis op een meer systematische, vergelijkbare en controleerbare manier onderzoeken. Een digitaal corpus stelt ons bovendien in staat om naast de grondige bestudering van specifieke teksten en auteurs in hun lokale context, via digitale methoden ook trends te traceren in het hele corpus, dus over de langere termijn.

De digitalisering wordt uitgevoerd door de Koninklijke Bibliotheek voor de uitgegeven kronieken. De handschriften worden getranscribeerd door vrijwilligers, studenten en de computer (Handwritten Text Recognition) met de hulp van Transkribus. Vrijwilligers kunnen op termijn op Vele Handen helpen de transcripties te corigeren en te annoteren.

Onderzoeksvragen

Het project zoekt antwoord op een heel aantal vragen. Het eerste deelonderzoek bekijkt hoe kroniekschrijvers kennis verzamelden, selecteerden, ordenden en waardeerden in een veranderend medialandschap. Zowel variatie in tijd als ruimte wordt hierbij (letterlijk) in kaart gebracht. Daarbij staan de volgende vragen centraal: Welke bronnen van informatie (mondeling, manuscript, boeken, kranten) gebruikten zij? Werd hun wereld groter naarmate er meer en andere media beschikbaar kwamen? Welk gezag werd aan de verschillende bronnen van informatie en kennis toegekend? Veranderde de waardering voor traditionele bronnen door de opkomst van nieuwe media? Kregen de kroniekschrijvers ook last van informatie overload?

Een tweede deelonderzoek kijkt naar de impact van nieuwe kennis op de manier van denken over oorzaak en gevolg van natuurlijke en maatschappelijke verschijnselen en naar de waardering van nieuwe ideeën en technologie. Vragen die hierbij centraal staan zijn: Hoe veranderde nieuwe kennis de manier van denken en waarnemen van de kroniekschrijvers? Gingen ze andere causale relaties leggen tussen hun observaties? Hoe waardeerden zij oude en nieuwe kennis? Verminderde de weerstand tegen nieuwe ideeën? Dit onderzoek zal ook gebruik maken van computationele technieken om uitingen van positieve en negatieve waardering voor nieuwe kennis en innovatie te traceren.

Een derde deelproject onderzoekt de lange-termijn-veranderingen  vanuit de computationele linguïstiek en zal methoden ontwikkelen om linguistische markers van verandering en nieuwe kennis te vinden in het corpus. We zullen op zoek gaan naar de introductie van nieuwe concepten (bijv. infectie, thermometer) en meer geavanceerde zoekopdrachten gebruiken waarbij veranderende correlaties rond bepaalde thema’s in kaart worden gebracht (bv. epidemieën – zonde, versus epidemieën – weersomstandigheden – infectie). Maar de introductie van nieuwe kennis kan ook gezocht worden door te kijken naar andere teksteigenschappen zoals uitdrukkingen van onzekerheid en speculatie.

Samenvattend zal het onderzoek de patronen analyseren van bottom-up toe-eigening van nieuwe kennis in de vroegmoderne Nederlanden en analyseren welke rol oudere denkkaders hadden bij de evaluatie, afwijzing of acceptatie van nieuwe kennis. Daarnaast hopen we een innovatieve bijdragen te kunnen leveren aan de cultuurgeschiedenis van de langere termijn door de ontwikkeling van  nieuwe instrumenten en methodes.